Gladiolen.

Of ik wat meer wilde inspireren. En wat minder de hele tijd mopperen op alles en iedereen.

Oke. Point taken. Dus: geen tragisch verhaal over de stille armoede onder talloze ZZP’ers en ondernemers om me heen, waar niemand over durft te praten. Geen azijn gezeik over Mark Rutte, geen vilein gesloop van misstanden of tegendraadse meningen. Dit keer gaan we motiveren. Inspireren. Prikkelen, vieren, het licht laten schijnen, met de borst vooruit en de kin omhoog de longen vol positieve energie zuigen – The Bright Side of Life bekijken.

Vandaag gaan we het -dus – hebben over De Dood.

Afgelopen week maakte ik het weer mee. Zo’n Moment waarop je ‘m niet van rechts aan ziet komen, maar wel flink in de flank geraakt wordt.  Nee, niet van de film ‘Jobs’ zelf.  Productioneel en artistiek is er van alles op aan te merken. Maar zelfs die beroepsdeformatieve bril, meestentijds moeilijk af te zetten, verstomde door het verstikkende inzicht dat ik naar een man zat te kijken die deed wat-ie wilde. Die deed wat hij dacht dat goed was. Die deed wat-ie voelde wat hij moest doen. Die compromisloos zichzelf zichzelf liet zijn. Die deed wat hij wás, zonder daar verder erg over na te denken.

Anderhalf uur lang keek ik in een spiegel die tussen de regels door steeds fluisterde: “Waar ben je zelf ook alweer gebleven, van Hoogdalem? Wat ben jij op dit moment eigenlijk voor bijzonders van die wegglijdende seconden, uren, dagen, weken, maanden, jaren aan het maken?”

Die dag komt, namelijk. Vroeg of laat. Waarop Magere Heijn voor de deur staat – grijnzend. Misschien best bereid om nog een beetje te marchanderen met de tijd, maar méé ga je. Niks aan te doen, niet over te onderhandelen.

Hoeveel van ons lopen niet rond met geweldige ideeën? Met wilde plannen? Met niet-geleefde dromen? Met onafgemaakte ambities? En waardoor laat je je eigenlijk tegenhouden?

De hypotheek. De aflossing van ons aandelenpakket aan de bank. De pensioenpremie, de arbeidsongeschiktheidsverzekering. Het uurloon, de dagomzet, de maandopbrengst, de jaarcijfers. Vrouw, man, kinderen.

Het doe-maar-normaal, dan-doe-je-al-gek-genoeg-syndroom. De tredmolen van de wekker die ’s ochtends afgaat en de dag start die weer hetzelfde als gisteren in petto heeft. De lange termijn planning (“Als ik nog 7 jaar doorga, kan ik de boel verkopen, en dán…, “), of de waan van de dag (“… als ik deze prospect nou binnentrek, kan de zaak weer 3 maanden vooruit en ga ik dat andere business plan écht afschrijven”).

Maar ondertussen zien we niet dat we eigenlijk helemaal niet zo ondernemend zijn als we onszelf steeds voorhouden. We zijn werknemer van een idee van hoe het hoort, in plaats van DGA van wie we werkelijk zijn. Best een drukke baan. Vaak ook nog in een onderneming waarbij je misschien diep in je hart al weet dat je er de oorlog niet mee gaat winnen, niet beroemd mee wordt, nooit groter groeit dan je zelf bent, niet boven jezelf uit gaat stijgen.

De dag na mijn bioscoopbezoek, liep ik in het park een kennis van vroeger tegen het lijf.  Ze had de hele tijd ‘zoiets van’. Ze had zoiets van “nog een paar jaar in dit huis, en dan vertrekken we”. Ze had zoiets  van ‘…eerst zijn proefschrift af, en dán…”. Ik kon alleen maar denken: wat als je straks het park uitloopt en die BMW 320i met die alcomobilist je niet ziet? Wat als je straks thuiskomt en hij boven zijn proefschrift een uur geleden een hartaanval had?

Wat als je morgen met een pijntje naar de huisarts gaat en over 4 weken een pruik moet kopen voor de 3 maanden die je nog resten? De tijd tikt onverbiddelijk en volgens mij heb je maar één missie hier: alles er uithalen wat er inzit. Alles. Alles. Alles.

Of niks.