In Memoriam: Onno Kraft van Ermel.

In de categorie markante persoonlijkheden, zoals Theo van Gogh en Andre Hazes, is ons in de nacht van 16 oktober j.l, weer een icoon ontvallen – zij het wat minder bekend bij het grote publiek.

Onno Kraft van Ermel heeft zijn laatste adem uitgeblazen op een Thaise hotelkamer.

Zoals zo vaak bij markante persoonlijkheden, hield je van Onno, of je haatte hem. Een middenweg was er niet. De bewondering en de liefde die hij bij velen achterlaat, zal net zo veel zijn als de opgetrokken schouders van degenen die hem verguisden, en zullen zeggen: “Ach, hij vroeg er zelf om”.

Gelukkig behoor ik tot de eerste categorie, de mensen die hem van zeer nabij hebben meegemaakt.

Ik zal hem altijd bewonderen. En altijd van hem blijven houden.

Onno was in 1993 de onbereikbare reclamegod, de prijswinnende creatief directeur die je niet durfde te bellen om je map te komen laten zien. Onno was ook de man die Maarten en mij in 1993 belde, en ons verloste van het stoffige Datagold in Moordrecht, door ons een baan aan te bieden bij Result DDB in Amsterdam: eindelijk het echte werk. En nog gebeld ook!

Onno was de compromisloze briljante art-director, de gestoorde freak, de ‘pieler op de millimeter, net zolang totdat het goed was’.

De man ook achter -onder veel meer- de briljante TV commercial ‘pookje’ van Bavaria Malt. De man achter de revolutionaire art-direction van “Een haring kent geen grenzen” (headline en bodycopy bovenin). En niet te vergeten: de man achter “Zo, nu eerst een krat Bavaria”, onder een afbeelding van een leeg potje sambal met een theelepeltje erin.

Om zijn werk (vooral datgene dat hij maakte met Henk Druppers in zijn gouden jaren bij DMB &B) zal hij herinnerd blijven in de jaarboeken. Maar hij laat vooral veel verhalen na.

Zagen veel mensen hem als een losgeslagen gek, een zuipende, snuivende, slikkende, spuitende dwaas, ik weet gelukkig wel beter. Het was een van de meest beschaafde, erudiete, ontwikkelde, belezen en culturele geesten die ik ooit tegenkwam – alleen de verpakking paste er niet bij in de ogen van de gemiddelde medemens. Die naast hem overigens ook letterlijk verbleekten tot ‘gemiddelden’.

Als een compromisloze olifant donderde hij door de porseleinkast van het establishment, met een grote bek zijn niet altijd even politiek correcte mening te pas en te onpas, gevraagd en vooral ongevraagd spuiend.

In zijn leren broek, op cowboylaarzen met stalen punten, volgehangen met kettinkjes, oorbellen en armbanden zag hij er uit als een gevaarlijke en woeste Viking – Keith Richards was er een jonge uitvoering van Leonardo di Caprio bij.

Die vervaarlijke verschijning werd ooit -in 96 ergens- nog eens op perfecte wijze geillustreerd door een gigantisch litteken van linksboven naar rechtsonder over zijn totale gezicht. Opgelopen ergens op de ringweg Antwerpen toen hij voor de zoveelste keer zijn Chrysler LeBaron om een lantaarnpaal vouwde, en er wéér levend uitwandelde: Magere Heijn het nakijken gevend.

Van 1996 tot 1998 waren we samen Creatief Directeur van Benjamens van Doorn-Euro RSCG, ik met Maarten en hij met Hans Kroese. Omdat we het werktechnisch zelden eens waren, verdeelden we de klanten en gingen onze eigen weg. Maar na ‘werktijd’ begroeven we de strijdbijl en maakten we de mooiste en intenste dingen mee.

Van hem leerde ik dat je ’s ochtends bij binnenkomst je jasje over je stoel moest hangen. Dan kon je gewoon weer weg, want men dacht dan dat je op de zaak was.

Legendarisch ook waren de slemppartijen in Cafe 1890, ‘restaurant’ Abina en natuurlijk Loetje. Maar van een kater was nooit sprake: hij kwam keurig ’s ochtends om 09.00. Zijn jasje over de stoel hangen.

Het mooiste dat ik ooit met hem meemaakte, en wat voor mij zijn prachtige, warme en liefdevolle karakter meer dan mooi onderschrijft, was een ochtend aan de rand van een zwembad in Cannes. Zijn telefoon ging. Het was zijn lief – een soort Duitse Nina Hagen die al jaren met hem samenleefde en zijn levenstijl alleen gedoogde omdat ze zelf 24 uur per dag ver heen was. Een schat, dat wel.

Zijn lief was in paniek: de dope was op in Diemen. En Onno zat in Cannes, met het geld.

Nooit vergeet ik zijn raspende stem die vol liefde zei: “Aaacchh, schatje… nou, geen paniek hoor. Loop even naar de strijkkamer… ja, die. Kijk eens in de derde la van onderen, in die witte kast… ja, maak maar open. Nou, wat ligt daar van Onno voor jou, onder de washandjes…? Heb ik speciaal voor jou achtergelaten voor noodgevallen!”

Slik.

Velen zullen wellicht gedacht hebben dat Onno mijn grote voorbeeld was. Maar dat was-ie niet. Misschien als mens, dat wel. Maar als vakman werd hij voor mij uiteindelijk een schrikbeeld. De laatste jaren gleed-ie af, en dat was logisch ook. Met zo’n levensstijl kan je de top niet lang bijbenen.

Het ergste vond ik dat hij mij ooit werd aangeboden in een reintegratieproces van de sociale dienst. Wat een hel. Ook voor hem.

Niet veel later begreep ik dat hij eigenlijk stiekem op Corfu woonde, eindelijk getrouwd was, en daar het eiland onveilig maakte door bezopen in een Cinquecento van kroeg naar kroeg en van vrouw naar vrouw te rijden.

De deugniet.

Als ik het stukje van Hans Kroese lees (hieronder), ben ik blij te merken dat hij er in elk geval nog alles uit heeft gehaald in zijn laatste jaren.

Het is hem gegund.

Maar Magere Heijn heeft uiteindelijk toch zijn zin gekregen. Als laatste gelachen.
Onno moest zijn jasje voor de laatste keer ergens over een stoel hangen.

Onno, het ga je goed. Ik neem er een op je. Of twee. Of drie. Of vier.

Rust zacht. Voor zover mogelijk.

 

———————————————————————————————-

Onno is dood.
In de nacht van maandag op dinsdag
16 oktober is Onno overleden. Op een hotelkamer in Bangkok. Hij wilde er, na een vakantie met 2 vrienden, in z’n eentje nog een weekje aan vast plakken om dankbaar gebruik te maken van de vakkundige doch uiterst betaalbare tandheelkundige restauratie service aldaar. Drie weken geleden sprak ik hem voor het laatst. Ik kan een goedkoop ticket naar Bangkok krijgen, riep hij enthousiast!!!
Ik ging in zijn aanstekelijke enthousiasme mee en zei, doen Onno, doen, geniet maar lekker van het leven.
Maar is het daar wel veilig??? vroeg hij vervolgens met een onzeker en timide stemmetje.
Want dat was Onno ook. Achter een stoere man met veel lawaai en bombarie ging een heel klein jongetje schuil die zich het liefst verschanste in zijn eigen wereld. Slokje erbij, sigaretje, wat geestverruimende vuiligheidjes, Celine, Heere Heeresma, Reve, oorlog, vrede, muziekje zo hard mogelijk en het leven kon niet meer stuk.
Maar genereus was hij ook. Hij nam je maar al te graag mee naar zijn wereld. Een wereld waarin de angst niet regeert. Zelfs niet bestaat. Waarin mensen recht en oprecht op hun doel afgaan. Waar het ‘cut the crap’ is. Waar omtrekkende bewegingen en mistbanken niet bestaan. Nergens niet. Niet in het leven. Niet in het denken. Niet in de campagnes die hij maakte. Zijn hele zijn was daarvan doordrenkt. De essentie, mijne dames en heren, wat is nou de essentie???
Van die prachtige 2de natuur van Onno kon je veel leren. En dat deed ik. En ik niet alleen. Bijna iedereen die hem leerde kennen viel er als een blok voor.
Ik heb wel eens, na een van de vele gezamenlijke zeilvakanties door de Turkse wateren, het groepje keurig levende mannelijke en vrouwelijke medepassagiers in tranen zien uitbarsten. En die tranen kwamen dan zachtjes bij het afscheid. Omdat iedereen zich plotseling realiseerde dat ze in hun leven nooit zouden halen wat voor Onno de normaalste zaak van de wereld was. De hunkering naar het hebben van zijn moed en oprechtheid kent blijkbaar ieder mens. Hadden we maar 10 % van Onno’s onbevangenheid. Waren wij altijd maar zo eerlijk. Zeiden wij maar altijd meteen waar het op staat. Draaiden we maar nooit ergens omheen.
En . . ook niet onbelangrijk, namen wij dan toch ook altijd maar weer dat slokje of drie, vier in godsnaam, op de goeie afloop.
Wat zou het leven dan een stuk makkelijker zijn.
De laatste 2 jaar woonde Onno op Corfu in een dorpje waar de postbode nog op een ezel komt, maar vanwaar hij wel kon mailen.
Op 15 januari 2006 schreef hij me dit :

lieve hansje,
het leven is hier als god in greece.
ik lach me helemaal klem,
versier geregeld ‘n grieks kipje
en tussen de guns en roses
hoor ik met veel plezier
berlioz,handel,mozart,beethoven,
puccini,bach en de rest van
onze hochlandische cultur!
maar griekse muziek is ook te gek.
elke zaterdag eet ik in een restaurant
met live muziek (bazouki)
en tot diep in de nacht
dans ik dan mee!
hansje,
soms moet je in het leven een
move maken, die je van tevoren
nooit had varwacht!
in mijn geval heb ik vreselijk geluk gehad!
fuck the duck!
je onnootje

In september van dit jaar kreeg ik definitief zijn laatste mailtje.

lieve hansje
waarom de zorgen?

de HENG SENG gaat goed.
de DOW schiet door zijn laatste
plafond!! dus je moet heel
gelukkig zijn op dit moment.

aandeeltjes zijn weer goud
waard! eigenlijk mag niemand van
DOKTOR onno nog werken.
ik schrijf algemene rust voor!

misschien weer een weekje of
2 in corfu, en moeders gewoon
meenemen.
Volgt nu een mededeling van
huishoudelijke aard.
Hondje is te gek.kern gezond.
Eet beter als ik.
Smijt geregeld flessen Ouzo om,
om het daarna allemaal
op te slobberen.
Zo vader zo zoon, zou ik zeggen.

En verder?
Verder niet stressen, het leven
is maar kort. ik heb in principe
nog 10 jaar meer als jij, maar je
weet dat ik leef als een beest.

nog steeds geen ongeluk met
de HARLEYD en de CINQESENTO,
dus voor mij is er misschien ook nog
hoop.

maar ik ga dan ook elke zondag
naar de kerk. kaarsje hier, kaarsje
daar, kruisje slaan en in een
minuut sta je weer buiten.
Groetjes uit Corfu. . . okve

God hebbe zijn ziel. Laten we daar dus
maar vanuit gaan.

Hans Kroese