29 november, 2012.

Hoe mijn dag was? Goed wel, dank je, ik spoel hem net van me af, onder de douche. Samen met de irritante pijn in al mijn botten. Maar desalniettemin: ik geef ‘m een welverdiende 8,5. Zeker voor een donderdag een mooie score.

Hij begon dan ook met een indrukwekkend nieuw mensje, van nog geen 6 maanden oud en een interessante observatie van de bijbehorende vader waarom ik de laatste tijd zoveel spullen kwijtraak (naast de tas, de twee brillen en het paspoort wat jullie al wisten, nu ook mijn complete sleutelbos). Niet eens zo gek gezien, eigenlijk. Ik kauw er nog even op.

Op het Gemeentehuis Haarlem ging het vervolgens vlotter dan verwacht – misschien ook omdat ik besloot me dit keer maar niet te storen aan de vele domme teksten op de schermen (‘narrow casting’ heette dat vroeger heel hip, toen we allemaal nog dachten dat alle informatie op schermen zou komen, in plaats van via je mobiel).

Weglopend met mijn nieuwe identiteit, een telefoontje van vriend Jeroen Leinders. Hij weet dat ik niet, nooit, never bel. Dus nooit opneem. Behalve bij hem. En nog een handvol mensen. Ik op mijn beurt wist dat-ie alleen maar zou bellen als-ie weer in Nederland zou zijn, eindelijk klaar met de opnamen van Tula. The Revolt. We hebben elkaar nu 8 weken niet gezien, dus jullie begrijpen dat het morgenavond kroegwerk wordt.

Omdat Anne&Max vol zat met kakelende bakfietsmoeders – al dan niet aan het scheiden of aan een affaire, dus een dankbaar onderwerp voor mijn column voor Sprout, inspireert ondernemers die ik nu aan het schrijven ben en waar Karin Husslage terecht wéér om moest vragen – werd vandaag Het Wachtlokaal Plaats Delict. Sinds ze daar Wifi hebben, is het eigenlijk een uitstekende plek om een dagje te knallen, met een sloot koffie verkeerd.

De avond staat in het teken van dichten. Iets met een man, een baard, een knecht. En als dat vandaag niet lukt, is er morgen weer één.

Zo’n dag.