Ja hoor, daar begint het – f.cking – gelazer al. Systemen, overheden, instanties, databases, marketing. In dit geval in een werkelijk stuitend en onvoorstelbaar geval.

Picture this.

Je bent nog geen 100 uur oud. Of jong.

Papa moet je aangeven, oké.

Die zit daar met een heel officieel gevoel. Is niet niks. Bij een strenge ambtenaar, omringd door computers, stempels, dossiers, papierwerk. Opletten, opletten, opletten. Je wilt die naam niet verkeerd gespeld hebben. Verbeteren kan niet, en zo vaak zit je daar niet.

Dan… is er een burgerservicenummer. En een mooi groen officieel gestempeld document. Maar wat schertst je verbazing? Aan dat officiële document zit een brief gehecht, waar de ambtenaar ook nog iets over zegt. Dus denk je: dat zal wel belangrijk zijn.

Wat blijkt? Het is een aanbieding! Van de bibliotheken in Rotterdam, in samenwerking met de gemeente en de Kleine Kapitein (waar ik vanaf nu dus ook nooit meer kom).

Gewoon – f.cking – reclame. De eerste van je leven, 4 dagen oud, omdat je een BSN nummer hebt. Onder je neus geschoven in een ‘umfeld’ waar de gemiddelde naiëve burger natuurlijk direct belang aan hecht. Door een ambtenaar in functie wiens autoriteit natuurlijk door weinigen in twijfel getrokken wordt.

Nu opeens begrijp ik ook dat koffertje op haar tafel, dat ze ook nog even toont: dat is ‘de gimmick’, de ‘mailingpiece’, de ‘incentive’ die ik krijg, als ik zoonlief inschrijf.

Wat een wansmaak, wat een ongelofelijk schandalig misbruik van situaties en systemen.

Wat een k*t-land.