Ik weet het niet.

Al 2 dagen kauw ik er op. Vind ik dat ik er iets van moet vinden. En ik kom er moeilijk uit.

Natuurlijk, 99% van 45 miljard – wie ben ik om daar als mede-profiteur van een betere wereld nee tegen te zeggen.

En ja, natuurlijk. Het is een mooi, en Groots gebaar (zeker als je het je kunt permitteren, en nog een paar honderd miljoen overhoudt her en der verspreidt op wat diverse, deels buitenlandse bankrekeningen).

En nee, ik ben niet cynisch. Wil het niet zijn. Het is mooi, het is constructief, het is toekomstgericht. Het is nodig. Het is welkom. En ja, ik vind de brief copytechnisch te lang, te Amerikaans, maar: says who?

Tot ik vanochtend een commentaar las van Deborah Orr in The Guardian.

En zij verwoordde precies waar mijn twijfel zit.

“Papa heeft een brief geschreven aan de baby, en hem dan aan de hele wereld laten zien – behalve de baby. Dus is de baby, voor het doel van deze oefening, helemaal geen baby, maar een literair hulpmiddel om een bedrijfsaankondiging te decoreren. Ooit zal de baby haar eigen brief lezen, en leren dat haar geboorte de aanzet was voor een massaal filantropisch gebaar om de wereld een betere plaats te maken. Elk weldenkend kind kan enkel reageren met onbehagen. Worst Dad-dancing evah”.

Ja, ik ben dus blij voor de wereld. Toppie van Mark.

Maar voor Max, mijn God. Wat een morele druk.

En dat terwijl ze al moet leven met een vader die de hele tijd zijn best doet alleen maar in grijze ‘kijk-mij-eens- ik-ben-zo-eenvoudig-gebleven’- t-shits in beeld te verschijnen.