Drie is een campagne. Normaal gesproken.

Het is zover. Ik loop hopeloos vast.

Waar normaal gesproken mijn intuïtie feilloos, binnen nul komma één nanoseconde, weet: “Dit is goed, retegoed, geniaal, matig, voldoende of gewoon zeldzaam slecht”, en diezelfde intuïtie in de volgende nul komma negen nanoseconde ook de argumentatie daarvoor klaar heeft, laat-ie me nu in de steek.

Het gebeurt zelden, gelukkig.

Een keer of twee, hooguit drie per jaar. Maar nu loop ik er ook al een paar dagen op te kauwen.

Even jullie mening ophalen, dus.

Die eerst, die surfer, vond ik #pats #boem #rechttussendeogen. Heerlijk. En: best moeilijk – er is al zoveel, en vooral zoveel flauws ook, gemaakt voor condooms.

Maar dan kijk je verder. Iets met een autowiel, een trein, een raket. Oké, die raket komt in de buurt van de surfer, maar is ook weer zo obvious. Maar hij vertelt in elk geval het verhaal, brengt de boodschap over.

Is het nu gewoon simpel – het creatieve team had nooit verder moeten gaan na de surfer (die ze, 10 tegen 1 als eerste bedacht hebben)? Hadden ze gewoon de gulden regel ‘3 is een campagne’ los moeten laten? En het bij de ene moeten houden? Of zijn de anderen gewoon niet zo goed als die eerste? Hadden we het team gewoon nog een nachtje door moeten laten gaan? Had het er überhaupt in gezeten?

Vragen, vragen, vragen.