De Rolls-Royce onder de maden.

Ik doe niet aan goeroe’s, of helden.

Voor zover ik ze heb, zijn het meestal dierbaren in mijn dichtbije omgeving. Of mensen die niemand kent.

David Ogilvy is een klein beetje een uitzondering. Niet naar alles, maar wel naar veel van wat hij zei, heb ik geluisterd.

Vooral naar de regel dat je altijd alle producten en merken en diensten van je eigen klant moet eten, rijden, dragen, uitproberen, op je toilettafel moet hebben staan – kortom: er zelf als eerste een fan van moet worden.

Hoe kun je het anders verkopen?

Ik vond die regel vooral leuk bij klanten als Rolls Royce, Ford, American Expres, Holland Casino, JVC, British Tourism Board en Stinger.

Maar nu loop ik toch tegen mijn grenzen aan.

Ik krijg zojuist een doosje in mijn handen gedrukt. Met de historische woorden: “We hebben lekker maden voor je meegenomen – boordevol eiwitten!”. Serieus.

Ik verstond haar eerst niet, dus ik vroeg wat ze zei. Maden, lieve mensen. Ze zei het echt.

Nu weet ik even niet meer waar ik naar moet luisteren. Naar mijn principes, naar David Ogilvy? Naar mijn maag? Naar mijn mensbrein?

Naar de lol van de leukste klus van het jaar? Geef ik die terug plus de maden?

Of ga ik mijn eigen grenzen oprekken en nieuwe wegen inslaan?