Als één van ons tweeën, dan jij zeker niet.

Zo, jongen.

Dat was niet de afspraak, natuurlijk.

Een beetje doodgaan, op een gewone doordeweekse Paasdag.

Zomaar. Van het ene op het andere moment.

-.-

Maar ja. Wij hielden ons wel vaker niet aan afspraken.

Sterker nog – zo vaak zagen we elkaar niet. En als we dan een afspraak hadden staan, was het de sport wie er al als laatste durfde af te bellen.

En ja, ik won iets vaker dan jij. Op punten.

Dat niet aan afspraken houden, begon al op school. Op het RAS. We zijn allebei denk ik drie keer naar een les geweest. Om het jaar verder door te brengen in De Oude Haven, en in Crooswijk. Lumumba’s drinken. Of biljarten (wat we allebei niet konden).

Best grappig. We waren maatjes. Maar we konden het over één ding niet hebben, samen: meisjes.

Ik had al heel lang verkering, jij moest daar voorlopig nog niks van hebben. Jij deed alles in je eigen tempo.

Gelukkig ging je naar Spanje, toen je droom om F16-piloot te worden op het laatste moment niet doorging. Om daar natuurlijk verliefd te worden.

‘Maria’ heette ze. Hoe anders?

Best leuk. Dat maakte onze relatie een stuk volwassener. En ondeugender.

Maar helaas. We leerden al vroeg dat het leven soms oneerlijk is. En dat sommige mensen veel te jong dood gaan.

Wat zal ze geweest zijn? 21? God heeft een raar gevoel voor verhoudingen.

De klap van haar ongeluk dreunde nog lang bij je door.

Dus.

Ik had besloten dat we voorzichtig moesten gaan zijn. Met jou. En de liefde.

Dus toen er een keer wél een afspraak doorging, en ik nog even langs het afscheidsfeestje moest van Kaire, zei ik: “5 minuten, hoor, en laat je vooral niet met haar in – niks voor jou”.

Natuurlijk hing ze gelijk om je nek. En ging ik na een half uur maar in mijn eentje naar huis (geloof ik).

De rest is geschiedenis.

-.-

Een paar jaar later, hadden we weer een afspraak. Je belde me al vroeg op: ik mocht niet afzeggen. Het Was Belangrijk.

En dat bleek. Je vroeg me of ik getuige wilde zijn, op jouw huwelijk met Kaire.

Dat wilde ik wel. Op één voorwaarde. Dat ik mocht speechen daar, dat ik ongelijk had. Over Kaire.

Die bruiloft is nog steeds één van de mooiste dingen ik ooit in mijn leven heb meegemaakt. Het staat op mijn netvlies gegrift. Jouw harde “Da!”, de Russische Zilch waarmee we naar de feestlocatie reden door een zonovergoten landschap alsof we in The Godfather speelden en de ontvangst met de cellosuites van Bach. Nog net niet door Yoyoma zelf.

En de wodka, natuurlijk.

Het is maar goed dat het allemaal op video staat, die speech. Want hoewel we er allemaal al een paar op hadden: ik hield me wel aan de afspraak, natuurlijk.

-.-

In de jaren erna kreeg jij steeds meer wat mij maar niet wilde lukken: een gelukkig en stabiel leven. Een Mooi Huwelijk, Met Een Droomvrouw.

Je wilt niet weten hoe vaak ik jaloers was.

Hoe vaak ik jullie als droombeeld, als ideaalbeeld heb gezien.

Maar je wist het wel. Want ik kwam telkens weer bij jullie terug.

Het ene moment kapot, omdat het weer met iemand uit was. Het andere moment dolblij – omdat ik weer iemand aan jullie kon voorstellen.

Want dat was de afspraak: wie het ook is, ze moet eerst langs Arnoud & Kaire.

Er zijn er wat afgekeurd.

-.-

Op één keer na, toen het heel even leek te lukken.
Ik had jou zelfs ook al gevraagd. Als getuige.

Maar helaas.

Wat eerst een doorbraak in mijn leven leek, werd al snel een regelrechte ramp. Horror. Bloed aan de muur.

Zelden zat ik zo klem. Werd ik zo heen en weer geslingerd. Tussen een toekomst die meer bij me hoorde, een toekomst met liefde in plaats van haat. En de prijs die ik daarvoor moest gaan betalen: de wetenschap dat er dan een kind zonder vader op moest groeien.

Als iemand weet wat voor desastreus effect dat kan hebben, ben ik het wel.

Jij was het op een gegeven moment zat. Je kon het niet meer aanzien.

Zo ben je. Een goedzak.

Een ticket was snel geregeld, en de volgende ochtend bracht je me naar Schiphol.
Je wachtte net zo lang tot je zeker wist dat ik in het vliegtuig zat, en niet meer kon ontsnappen.

En toen belde je Lo: “Het is gelukt hoor, hij komt eraan!”.

Lo belde je ook terug, een paar uur later: “Het is gelukt, hoor – ik heb hem!”.

Maar.

Ik hield me niet aan De Afspraak.

Niet met jullie. En vooral niet met Mezelf.

Ik ontsnapte. Aan wat mijn lot beter had kunnen zijn. En keerde terug naar Rotterdam.

Er gaat geen dag voorbij dat ik er geen spijt van heb.

En de rest? De rest is geschiedenis.

-.-

Ook al liet ik jou zitten, en Lo, en mezelf: jij bleef er altijd.

Zo ben je. Een goedzak.

Dat ben je er voor velen geweest.

Het was mooi om te zien, de afgelopen dagen.

De ontelbare reacties. Van die talloze mensen voor wie je er altijd was.

Voor wie je er altijd stond.

Nee, niet in de schijnwerpers. Daar was je ego niet groot genoeg voor.

Je stond altijd in coulissen.

Je was er dag en nacht, achter de schermen.

Je maakte er zelfs je beroep van.

Daar bloeide je van op, daar was je goed in.

Andere mensen dat zetje geven, of soms een schop, om dat podium op te gaan. En te schijnen.

Zo ben je. Een goedzak.

Te goed zelfs, voor deze wereld. Blijkbaar.

Want 48? God heeft een raar gevoel voor verhoudingen.

-.-

Ik heb je de afgelopen maanden niet gezien.

Misschien was het zelfs al wel een half jaar geleden.

En daar schaam ik me voor.

Ik was ‘te druk’. Met van alles. En nog wat.

Dingen waar ik je nog over moest vertellen.

‘Te druk’.

Dat zal jij ook wel geweest zijn. Zo ging het soms.

Jij avond aan avond die auto in, om de wereld mooie muziek te brengen. Om de mensen te raken.

Ik avond aan avond achter die laptop, met gek genoeg een zelfde soort drang.

‘Te druk’.

Maar we wisten allebei: dat komt wel weer.

En ja, dan praten we ook gelijk ‘dat ene’ even uit.

Wat niet zo handig was. Van mij.

-.-

De nacht van 2 op 3 april besliste anders.

Wij gaan geen biertje meer drinken.

Wij gaan niet meer naar De Dijk. Of naar Van Dik Hout.

Wij gaan niet meer naar Barcelona.

Wij gaan geen liedje meer schrijven, samen, aan een ronde tafel.

Geen flarden tekst meer op de achterkant van een barbonnetje.

Geen afspraken meer, die we kunnen afbellen.

We maken eigenlijk nog maar één afspraak.

En dat is dat ik vanaf nu wel naar je ga luisteren.

Of naar de boodschap die je – onbedoeld – voor ons allemaal achterliet, toen je daar zo weggleed.

‘Te druk voor vriendschap’ bestaat niet.

‘Te druk om niet te doen wat je hebt te doen’, bestaat niet.

‘Te druk om te laten hangen wat eigenlijk gebeuren moet’, bestaat niet.

Het is Nu.

Of Nooit.

En ik beloof je: dat is een harde afspraak.

-.-

Rust zacht.

Goedzak.